Publicatie advocaat Bieke Verhaegen in Jura Falconis

De wettelijke vertegenwoordiging van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen‘ door Bieke Verhaegen verscheen in Jura Falconis, jg 40, 2003-2004, nr 4, p. 873-906.

Steeds meer adolescenten en zelfs jonge kinderen verlaten hun land van oorsprong en belanden in geïndustrialiseerde samenlevingen als de onze. Of deze minderjarigen een oorlog of hongersnood ontvluchten, zijn achtergelaten bij de repatriëring van hun ouders, het slachtoffer zijn van mensensmokkel of door andere omstandigheden aanspoelen in België, doet er juridisch gezien niet toe. Ze moeten het allemaal stellen zonder de bescherming door een ouder of voogd. Eenmaal in België aangekomen, strandt een niet te verwaarlozen aantal van hen in de georganiseerde criminaliteit, prostitutie of clandestiene arbeidsmilieus. Een duurzame oplossing bieden voor hun talrijke en relatief ongecontroleerde aanwezigheid, vormt dan ook een uitdaging voor het gastland.

De positie van de alleenstaande minderjarige vreemdeling is in onze wetgeving slechts zeer onvolledig gereglementeerd. Hun rechtsbescherming is op alle vlakken ontoereikend. Sommige auteurs spreken onomwonden over le vide juridique . Deze vaststelling geldt niet alleen voor het verblijfsrechtelijk statuut van deze kinderen, maar ook voor hun recht op onderwijs, vrijheid van godsdienst, psychische en fysieke gezondheid, gezinsleven,…

Een belangrijke stimulans in de omgekeerde richting gaat uit van de groeiende kinderrechtenbeweging. Voornamelijk de goedkeuring van het V.N.-Verdrag van 20 november 1989 inzake de Rechten van het Kind versterkte het principe dat minderjarigen zelf dragers van mensenrechten en dus rechtssubjecten zijn. Wanneer de klemtoon wordt gelegd op het toekennen van rechten, rijst meteen de vraag hoe een principieel handelingsonbekwame minderjarige deze kan afdwingen. Dit probleem wordt nog versterkt wanneer het gaat over niet-begeleide buitenlandse minderjarigen omdat zij het zonder wettelijke vertegenwoordiger moeten stellen.

In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan dit belangrijke aspect van de rechtspositie van de minderjarige niet-begeleide vreemdelingen: de regeling van hun wettelijke vertegenwoordiging. Minderjarige buitenlanders zijn namelijk in principe handelingsonbekwaam en dus kwetsbaar bij deelname aan het rechtsverkeer. Voor de inwerkingtreding van de programmawet van 24 december 20024 was er in het Belgische recht geen enkele specifieke bepaling over voogdij of wettelijke vertegenwoordiging voor deze groep te vinden.

Ook al trad de nieuwe regeling op 1 mei 2004 in werking, toch blijft het nuttig de bestaande voogdij- en vertegenwoordigingsinstituten toe te passen op alleenstaande vreemdelingen –in tegenstelling tot de meeste geraadpleegde doctrine, die hierop niet (grondig) ingaat – en eventuele kritiek erop in vraag te stellen. Er zijn namelijk een aantal buitenlandse minderjarigen die buiten het toepassingsgebied van de programmawet zullen vallen. Bovendien zal blijken dat wanneer het kind een stabiel verblijfsstatuut krijgt, de administratieve voogdij van rechtswege een einde neemt. In een verdere fase wordt nagegaan of de nieuwe wet aan de actuele noden van deze rechtssubjecten tegemoetkomt. Tot slot wordt getoetst hoe de wettelijke vertegenwoordiger zoals die uit de programmawet volgt, aan bod komt in de bestaande jeugdbeschermingsprocedures. Welke rechten en plichten heeft deze persoon bij het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg, de Bemiddelingscommissie of de jeugdrechtbank? Ter afronding van deze bespreking volgen enkele korte evaluatieve bemerkingen m.b.t. de huidige stand van zaken in de besproken materie.

 

jPublicatie advocaat Bieke Verhaegen in Jura Falconisn
Bieke Verhaegen – De wettelijke vertegenwoordiging van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen