Internering: Klassenjustitie in plaats van klassejustitie

De Juristenkrant kwam Mr. Peter Verpoorten interviewen. Een interessant gesprek over de rol van de advocaat in België.

Peter Verpoorten - interview Juristenkrant

Internering: Klassenjustitie in plaats van klassejustitie

‘België is een poppenkast die doet alsof ze een rechtstaat is’, een quote die advocaat Peter Verpoorten een keer of twee zal laten vallen tijdens het gesprek. Hij is de ridder van de geïnterneerden, de luis in de pels van de Belgische Staat die hij al achttien keer liet veroordelen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens voor schendingen van de rechten van geïnterneerden.

Veel politici hebben rechten gestudeerd, dus leek het Peter Verpoorten een goede studiekeuze. Politicologen bestuderen het meer, maar beoefenen het minder. Met het idee om ooit in de politiek te gaan, vat hij zijn studies aan. Hij leert er zijn vrouw kennen, en als zij aan de balie gaat, doet hij mee. ‘Het leek me interessant en sowieso nuttige ervaring om op te doen. Zeker als je in de politiek stapt, is het beter om niet alleen van dat postje afhankelijk te zijn en eerst voor jezelf iets uit te bouwen.’

Hij start zijn stage aan de balie van Hasselt en schakelt na één jaar over naar de balie van Turnhout. ‘In deze regio zijn vier gevangenissen: Merksplas, Turnhout, Wortel en Hoogstraten. De uithoek waar ze ongewenste individuen wegsteken. Tijdens het tweede jaar van mijn stage kreeg ik mijn eerste interneringsdossier, een pro-Deozaak. Ik wou het zo goed mogelijk doen, maar merkte dat er geen handboek over bestond. Mijn collega’s bij wie ik te rade ging, zeiden: ‘Een internering? Daar kun je toch niks aan veranderen.’ En effectief, het is heel moeilijk om iets te doen.

Als advocaat ben je bij de interneringscommissie eigenlijk een bloempot om de geïnterneerde de indruk te geven dat het een rechtszaak is. Als een arts zegt dat opname nodig is, is een opname verplicht. Is er geen opnameakkoord van een ziekenhuis, dan wordt het verblijf in de gevangenis verlengd. De macht van de private psychiatrische instellingen is dus gigantisch. In principe moet iemand ten laatste vier maanden na zijn opsluiting ook effectief de gevangenis verlaten. Dus moet de psychosociale dienst van de gevangenis gaan leuren met de geïnterneerde om te zien welke instelling die persoon zou kunnen opnemen. De gekste excuses worden aangehaald om een weigering te staven. ‘De geïnterneerde is niet klaar om therapie te volgen’ is één van de ergste. Je moet eigenlijk al bijna genezen zijn om opgenomen te geraken in private psychiatrische instellingen. De geïnterneerde moet ook zijn schriftelijke toestemming geven om met therapie te starten, maar sommige geïnterneerden zijn zo paranoïde dat ze die handtekening weigeren te zetten – het zou ook geen geldige toestemming zijn. Ik zeg telkens tegen de psychosociale dienst dat ze het mij moeten laten weten en dat ik het zal regelen, maar ze hebben me nog nooit gebeld.’

Piloot

De interneringswet is hervormd in 2014, de vorige versie dateerde van 1964. ‘In de oude wet was er artikel 14 §2 dat zei dat de commissie kon bevelen om de geïnterneerde te laten opnemen in een private instelling. Dat ben ik in mijn conclusies beginnen eisen. Op die manier hebben rechters ook een aantal plaatsingen bevolen, maar die werden bijna altijd geweigerd door de instituten zelf. Daarop spanden we een kort geding aan, waarin we een dwangsom eisten per dag dat de geïnterneerde niet was opgenomen. Zo zijn een aantal instellingen veroordeeld. De sector geestelijke gezondheidszorg was in zijn wiek geschoten: bij de hervorming van de wet is het artikel uit de wet verwijderd. In de wetsvoorstellen die aan de nieuwe wet voorafgingen zie je telkens letterlijk dezelfde stukken tekst opduiken, dus er is sprake van lobbywerk.

In de nieuwe wet staat dat er een samenwerkingsakkoord moet gesloten worden tussen justitie en een instelling opdat de rechter nog een plaatsing zou kunnen bevelen. Na drie jaar werken met de nieuwe wet is er nog géén enkel akkoord gesloten… Dus blijven er geïnterneerden in de gevangenis zitten zonder zorg of therapie, of het vooruitzicht dat er een einde zal komen aan hun verblijf daar. Ondertussen is België al zesentwintig keer veroordeeld door Europa voor mensenrechtenschendingen, waarvan één pilootarrest in 2016.’

Peter Verpoorten stapte al tientallen keren naar het EHRM, intussen goed voor achttien veroordelingen, en mag ook het pilootarrest op zijn conto schrijven. Een pilootarrest is een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarvan de gevolgen de zaak overstijgen. Als een land al verschillende keren voor hetzelfde thema veroordeeld is, kan het EHRM het land veroordelen en andere hangende zaken bevriezen tot de wetgeving aangepast en de mensenrechtenschending weggewerkt is. Het Hof gaat niet snel over tot zo’n veroordeling. België bevindt zich in het illustere gezelschap van Polen, Rusland en Italië. Advocaat Joachim Meese noemde het in 2016 een historische blaam.

België had twee jaar de tijd om de zaken op te lossen. Het paste de wet aan, en er openden twee forensisch psychiatrische centra (FPC), met nog twee extra te openen in 2023. ‘Daardoor is er een bepaalde verbetering in de cijfers, want er is een aantal geïnterneerden vanuit de gevangenis verhuisd naar een FPC. Helaas blijkt daar opnieuw een flessenhals op het moment van de uitstroom uit het FPC naar de private psychiatrie. Daardoor krijgen geïnterneerden nog altijd geen vervolgtherapie, en blijven ze zitten in het FPC. Die zitten intussen ook vol, en blijft er dus een probleem met geïnterneerden die in de gevangenis zitten zonder mogelijkheid tot therapie. Het erge van de zaak is dat de Belgische staat ondertussen zelfs niet meer ontkent dat ze in fout zijn: ze erkent dat ze mensenrechten schendt. Ze rekent gewoon op de verjaring na vijf jaar en betaalt liever de schadevergoeding van 3,4 euro per dag. Maar zelfs dan erkennen vele rechters niet dat de mensenrechten van geïnterneerden worden geschonden. Dit is geen rechtsstaat.’

Pro Deo

Negentig procent van het cliënteel van Verpoorten is pro-Deocliënteel. ‘We behandelen een pro-Deozaak net zoals een gewone zaak. Er komt ergens een melding in het dossier, maar dat is het. Doordat we hier een goed georganiseerd team hebben, kunnen we het werk efficiënt aanpakken en is het financieel haalbaar.’ Want de overheid betaalt pas uit zo’n twee jaar nadat het dossier behandeld is. Een medewerkster van het secretariaat heeft er bijna een voltijdse dagtaak aan om voor alle dossiers alle punten in te geven in het online systeem.

‘Minister Geens is erin geslaagd om de pro-Deoadvocaten nog minder te betalen. Vroeger was een punt ongeveer 25 euro waard, nu is 1 punt er drie oude waard voor 75 euro. Maar opeens tellen kilometervergoedingen nog maar voor 50 euro per punt, in plaats van 75. Dat is dus financieel wel opeens een andere zaak. We hadden ingeschat om binnenkort te investeren in het kantoor, maar dat zal dan nog wat langer sparen worden. Ik erger mij eraan dat de balie niet harder opkomt voor de belangen van de advocaten. De minister houdt zijn woord niet, maar de Orde van Vlaamse Balies legt het werk niet neer. Er is bij de OVB geen vertrouwdheid met pro-Deowerk.’

Over werk neerleggen: in Nederland staken pro-Deoadvocaten met de hashtag: #ikpiketnietlanger. Hoe kijkt hij naar de situatie daar? ‘In Nederland is de juridische correctheid groter, het respect voor de wet en de grondwet is er groter. Maar anderzijds hebben ze 14 miljard euro over op de begroting door te besparen op zaken die belangrijk zijn voor mensen. Pro Deo is in Nederland niet wat het moet zijn, het is erg geïnstitutionaliseerd. In België is het slecht betaald, maar de overheid moeit zich niet met hoe je de zaken voor je cliënt aanpakt. In Nederland ben je bijna een ambtenaar, je moet doen zoals ze je zeggen dat je het moet doen. Zo komt je onafhankelijkheid als advocaat in het gedrang.’

Wat vindt hij van de kritiek dat pro-Deoadvocaten ‘handelaars in ijdele hoop’ zijn, of per definitie wel alles zo lang mogelijk zullen rekken om toch maar extra te verdienen? ‘Er zijn natuurlijk misbruiken, maar het is verkeerd om te denken dat alle pro-Deozaken op die manier worden aangepakt of dat alle pro-Deozaken rond vluchtelingen draaien. Ons hele kantoor vormt daar het bewijs van. Vergeet ook niet dat alle punten gecontroleerd en gekruiscontroleerd worden, en dat je stukken moet toevoegen ter staving.’

Is hij na vijftien jaar advocatuur wat illusies armer? ‘Goh, nee. Ik ben opgegroeid in het België van de jaren ’80 en ’90. De Bende van Nijvel, Agusta/Dassault, de dioxinecrisis, Dutroux… Er liep toen al heel wat mis en daar werd uitvoerig over bericht in de pers. Het is niet echt een verrassing dat bij justitie het allemaal vierkant draait. Voor een stuk is de balie ook verantwoordelijk omdat ze nalaat deze zaken aan te klagen, omdat de advocaten en magistraten tot dezelfde sociale groep behoren en elkaar niet tegen de haren in willen strijken.’